Boom en merel

Over het wateroppervlak van de sloten dwalen nevelslierten. Ze dempen alle geluid. Merel kuiert over de wortelvoet van boom. Misschien moet ik volgend najaar ook een reis maken, denkt hij. Dan trek ik weg achter de horizon in het zuiden net als de spreeuwen. Hier heb ik een aantal maanden koude poten. Hij strijkt een veertje plat, buigt zijn kop en kijkt even naar zijn tenen.
‘Heb jij nog plannen vandaag?’ vraagt boom aan merel.
‘Ik ga zo naar de struiken aan de overzijde van het weitje. Daar hangen nog bessen.’
‘Een goed vooruitzicht.’ Boom wiebelt.
Merel verliest bijna zijn evenwicht. Uit zijn snavel ontsnapt een ademwolkje. ‘Beweeg jij zo op en neer?’
‘Excuus, ik dacht dat niemand het merkte. Ik heb last van de kou. Dan beweeg ik even metmijn wortels.’
Verbaasd kijkt merel omhoog. ‘Het is niet waar. Dat heb ik ook.’

Konijn slentert onder een struik vandaan. ‘Mopperen jullie over koude voeten? Daar heb ik geen last meer van.’ Ze wijst naar de bonte kousen aan haar poten.
Vol bewondering kijken boom en merel naar de kousen. ‘Helpt dat?’ vragen ze in koor.
‘Zeker. Zal ik ze ook voor jullie maken? Je mag zelf kiezen in welke kleur.’
‘Ik ben zo blij verrast,’ zegt boom, ‘ik zal even nadenken over de kleur. Is dat goed?’
Konijn knikt.
‘Oranje graag. Zoals de kleur van mijn snavel,’ antwoordt merel opgewekt.
Konijn steekt een voorpoot op.
Dan schudt merel zijn verenpak en vliegt richting het weitje.

Plaats een reactie