De eerste zonnestralen van de dag raken de nieuwe uitlopers van de heg langs het wandelpad. Bij de picknickbanken – die het middelpunt van de weide vormen – is het gras gekortwiekt, aan de berken hangen touwen klaar en tussen de geknotte takken van de wilgen liggen ballonnen. Als merel door het gras hipt voor een korte inspectie, worden haar voeten nat van de ochtenddauw.
Konijn huppelt richting de heg en net voordat ze eronderdoor wil duiken, draait ze zich om en zwaait naar boom.
Boom strekt zijn takken uit. ‘Wat een fijne dag voor het begin van de lentespelen,’ zegt hij tegen haar, ‘hoe laat klinkt het startsein?’
‘Over een uur,’ antwoordt konijn. Dan haast ze zich verder.
De familie meerkoet schommelt over de oever richting de weide en koetend starten ze de schoonmaak van de picknickplaats. Een waterhoentje springt uit de sloot, maar hij kan het tempo van de meerkoeten niet bijhouden.
Als boven in een berk merel aan de touwen voor de schommels sjort, schieten konijn en waterhoen haar te hulp zodat de houten planken netjes recht komen te hangen. En boom geeft op gepaste afstand aanwijzingen.
Na hard werken is om acht uur alles en iedereen gereed voor de feestelijke opening en de dieren verzamelen zich aan de voet van boom. Konijn heeft een strik om en ekster – met een rode zweetband om zijn hoofd – rekt zijn vleugels nog eens uit voor de start van zijn eerste onderdeel, de graspollenwedstrijd.
En als merel vanaf een hoge stronk op een oranje fluitje blaast, verdelen alle dieren zich over de wedstrijdonderdelen. Met een tevreden glimlach kijkt boom toe.