Als je mij vraagt wat ik het aller- allerliefste doe op de hele wereld, dan antwoord ik … wandelen in de bergen!
Man vindt het niet oké als ik dit zeg want ik moet ‘hiken’ zeggen. Dat klinkt stoerder.
Van de 365 dagen per jaar ben ik maar zo’n 20 dagen per jaar in de bergen te vinden. Is dat niet vreemd? Gelukkig doe ik nog een hoop andere dingen die ‘enigzins’ leuk zijn.
En het gekke is, van dat ‘hiken’ krijg ik best stress:
– De voorbereiding. Man kan niet pakken. (Echt niet.) Dus ik pak met militaire precisie vier wandelrugzakken in. En ja, ik vind het ook leuk, maar ik ben wel een grammenjager en een muggenzifter. It makes my family nuts.
– Het weer. Ik probeer van te voren geen nare ideeën te krijgen over de weersverwachting.
Toch kan ik het niet laten om op een gegeven moment weeronline. nl en meteofrance. com te checken om te kijken wat de voorspelling is. Is die enigszins goed, dan smeek ik in mijn hoofd dat het zo blijft. Is die enigszins slecht, dan smeek ik in mijn hoofd dat het beter wordt. Dit houd ik vol tot de ochtend dat we daadwerkelijk gaan lopen.
– Mijn conditie. Ik heb geen wandelconditie. Dat zegt eigenlijk voldoende.
Behalve zoon – die nu met een even grote rugzak als ik de berg omhoog rent – hebben we geen goede wandelconditie. Dag één en twee zijn dus niet te doen. Alles doet zeer.
– Mijn zweet. Ik zweet. Echt heel veel. Zodra ik tien passen heb geklommen, begint het. Man noemt mij liefdevol ‘zwetertje’.
– De slaapzaal in de refuge. Je deelt je slaapkamer als je geluk hebt met je eigen gezin. Maar meestal met tien tot twintig andere snurkers, eigenaren van zweetsokken, fanatiekelingen die al om 06:00 uur in de ochtend opstaan. En ik slaap al niet zo best door hormomen/overgang.
Dat delen geldt ook voor de twee wc’s en twee douches …
– Het weer onderweg. En dan is er toch die ene ochtend … dat er redelijk weer voorspeld werd (en je twee bergpassen over moet) en het al pijpenstelen regent voor het ontbijt. Je trekt allemaal regenkleding aan en doet hoezen om je rugzakken. We lopen 20 minuten en het begint te onweren. Je gevoel zegt ‘we kunnen dit best wel’, je verstand zegt ‘we moeten omkeren’. Zelfs zoon en dochter zijn teleurgesteld. Het lukt ons aan het einde van die ochtend wel om ergens in een ander dal een lift te krijgen naar een slaapplek.
Nu hebben we een tocht van acht dagen volbracht in de Vanoise.
We hadden spierpijn, we hebben eindeloos yahtzee gespeeld, we hebben alle verrassende menu’s van de refuges geproefd en we hebben een col of zeven gepasseerd. En … we hebben de allermooiste uitzichten langs zien komen.
‘We hebben een record! Volgend jaar meer?!’ vraagt dochter.
Volgend jaar meer!
blijf toch thuis hahaha
LikeLike
Daar zweet ik ook John!
LikeLike