Boom en de spinnen

Vlak voor zonsopkomst ligt een kille mist boven de grote vijver. Een meerkoet strekt haar vleugels en een korte rimpeling verstoort het wateroppervlak.
Achter de heg rekt boom zich uit, schudt zacht zijn grootste takken los en kijkt met aandacht om zich heen. Eerst kijkt hij eens naar links, dan tuurt hij naar rechts maar het zijn slechts grijze contouren die hij ziet. Langs de waterkant beweegt de vage schim van ekster door het gras. Als boom een kort moment zijn ogen sluit, voelt hij het gekriebel van spinnenpoten over zijn bast.

Net op het moment dat een dunne herfstzon door de mist prikt en voorzichtig de laatste bladeren van boom aanraakt, blaft op de hoge brug over de vijver plotseling een hond. Hij draait zijn kop en kijkt ongeduldig achter zich. Met de handen in de zakken en weggedoken in de kraag van een jack loopt zijn baasje met snelle pas zacht fluitend achter hem aan.
Zo snel als ze kwamen, verdwijnen de hond en de man weer tussen de berken aan de andere kant van de brug.

Langzaam trekt de mist op. Op de grote vijver zwemt de meerkoet naar de andere oever. De rimpelingen die ze achter zich aantrekt in het water, kruisen elkaar en vallen uiteindelijk stil tegen de waterkant.
Boom kijkt omlaag. In een zachte omhelzing glijden honderden ragfijne, zilverkleurige draden in het zonlicht langs zijn stam.

Plaats een reactie