Een mislukte latte macchiato, op kleur gesorteerde ordners in de kastenwand en door collega’s achtergelaten afwas…
☕ 📥 📚 📆 🖇️ ☎️ 🍽️
Maar het kantoorleven is ook:
– proberen een eindeloze stroom aan e-mails te tackelen (stond er maar onzin in, dan kon ik het gelijk allemaal deleten); 💻
– een gesprek voeren met een teamlid over een zieke vader (dit voert me weer terug naar mijn eigen zieke vader); 🕰️
– zoeken naar een overlegruimte op een andere afdeling voor een privé-gesprek (op ‘onze’ 6e etage was alles bezet, dus we gingen naar de 2e en juist op de plek waar mijn gesprekspartner en ik gingen zitten, zaten achter de kunststoffen kerstboom twee andere IOD-collega’s verstopt) en 🌲
– gewoon een mooi uitzicht over Utrecht. 🏙️
Hoe kom ik bij deze mooie opsomming?
In NRC van 23 november stond een bewerking van de Albert Verweylezing door Ronald Giphart onder de titel ‘Zonder kantoorleven mist de eenpitter iets groots’.
De conclusie dat het kantoorleven groots, feestelijk en interessant is, verbaasd mij zeker niet. 🌷 🎊 💡
Maar ik was geraakt (veel te) door de impliciete conclusie dat (te) veel kantoormensen niet de leiders hebben die ze verdienen. Dat ‘veel te’ kwam waarschijnlijk door een overschot aan hormonen en werk. Toch knaagde het, en ik schreef Ronald een bericht. Hij schreef ook terug (waarvoor dank).
Misschien had mijn ‘zware gevoel’ uiteindelijk het meest te maken met het besef dat het werkplezier van veel kantoormensen afhangt van direct leidinggevenden en de sfeer in een team.
En ‘BAM!’ 🧨 🔥 🔔 ✳️ 💣 , ineens voelde ik die verantwoordelijkheid weer en het besef dat ik vaak ook maar het beste – wat in mij opkomt – probeer te doen.