Boom en marter
Met dwarse sprongen huppelt ze door het natte gras en de waterspetters vliegen in het rond.
Diepe lachrimpels verschijnen rond de ogen van boom. ‘Natuurlijk! Wat wil je doen?’ Lees verder Boom en marter
Met dwarse sprongen huppelt ze door het natte gras en de waterspetters vliegen in het rond.
Diepe lachrimpels verschijnen rond de ogen van boom. ‘Natuurlijk! Wat wil je doen?’ Lees verder Boom en marter
‘Heb je al namen?’ vraagt boom.
‘Namen?’ zegt kraai.
‘Voor de kleintjes.’
‘Nee,’ zegt kraai. ‘Daar beginnen we niet aan. ‘ Lees verder Boom en kraai
‘Ik weet het soms niet meer. Het lijkt wel of ik mijn identiteit kwijt ben.’ Vink kijkt bedrukt. Het zijn ook zware woorden voor zo’n kleine vogel. Lees verder Boom en vink
In de kale meidoornhaag zingt winterkoning. Zijn staart staat fier omhoog en zijn borst vooruit. Lees verder Boom, winterkoning en specht
Eerst kijkt hij eens naar links, dan tuurt hij naar rechts maar het zijn slechts grijze contouren die hij ziet. Lees verder Boom en de spinnen
Als de berken in gesprek zijn, dan praat ik wel eens mee. Het is reuze gezellig en voor mij is een verre buur zo ook een goede vriend Lees verder Boom en merel
Als boven in een berk merel aan de touwen voor de schommels sjort, schieten konijn en waterhoen haar te hulp zodat de houten planken netjes recht komen te hangen. Lees verder Boom en de lentespelen
Misschien moet ik volgend najaar ook een reis maken, denkt hij. Dan trek ik weg achter de horizon in het zuiden net als de spreeuwen. Lees verder Boom en merel
Sabelsprinkhaan buigt een voorpoot boven zijn ogen en tuurt tegen de laagstaande zon in naar de weide. Lees verder Boom en sabelsprinkhaan
De konijnen springen in het natte ochtendgras één voor één langs de heg naar de voet van boom.
‘Hoi boom,’ zegt het kleinste konijn zacht, ‘ik wil je wat vragen.’ Lees verder Boom en het zomerfeest