Boom en marter
Met dwarse sprongen huppelt ze door het natte gras en de waterspetters vliegen in het rond.
Diepe lachrimpels verschijnen rond de ogen van boom. ‘Natuurlijk! Wat wil je doen?’ Lees verder Boom en marter
Met dwarse sprongen huppelt ze door het natte gras en de waterspetters vliegen in het rond.
Diepe lachrimpels verschijnen rond de ogen van boom. ‘Natuurlijk! Wat wil je doen?’ Lees verder Boom en marter
‘Heb je al namen?’ vraagt boom.
‘Namen?’ zegt kraai.
‘Voor de kleintjes.’
‘Nee,’ zegt kraai. ‘Daar beginnen we niet aan. ‘ Lees verder Boom en kraai
‘Ik weet het soms niet meer. Het lijkt wel of ik mijn identiteit kwijt ben.’ Vink kijkt bedrukt. Het zijn ook zware woorden voor zo’n kleine vogel. Lees verder Boom en vink
In de kale meidoornhaag zingt winterkoning. Zijn staart staat fier omhoog en zijn borst vooruit. Lees verder Boom, winterkoning en specht
De konijnen springen in het natte ochtendgras één voor één langs de heg naar de voet van boom.
‘Hoi boom,’ zegt het kleinste konijn zacht, ‘ik wil je wat vragen.’ Lees verder Boom en het zomerfeest