Herfstvakantie (jaar 2)

Fragmenten voor een boek.
#boekvankarin

De laatste weken zijn voorbijgevlogen. Nina kijkt uit naar de vakantie.
Ze is nu gewend aan het fietsen naar school. Elke dag de route van ruim tien kilometer. En terug. Met haar rugzak met boeken.
Het was een fijne introductieperiode vanaf eind augustus. Ze miste haar vrienden uit de buurt, maar met haar nieuwe klasgenoten heeft ze haar draai kunnen vinden. Ze heeft nog geen echt goede vrienden gemaakt, maar dat komt nog wel.
Alleen David. Aan hem heeft ze een hekel. En zo te merken is dat wederzijds. Als hij bij het klaslokaal staat en zij komt aangelopen, dan kijkt hij arrogant haar kant uit. Om vervolgens zijn hoofd weg te draaien en met zijn vrienden stoere verhalen te delen. Ze vindt hem zo irritant.

Het is nu donderdagmiddag en Nina belt Maryam met Whatsapp.
‘He Maryam!’
Wat is ze blij haar te zien. De laatste twee weken hebben ze helemaal geen tijd gehad om bij te praten. Eerst flink blokken en daarna toetsweek.
‘Hoi Nina! Hoe gaat het? Wanneer begint jouw vakantie?’
Maryam gaat nu naar het LRT. Het Leidsche Rijn Technasium. Een school met veel exacte vakken. Wiskunde is haar lievelingsvak. Nina is er zelf niet slecht in, maar geschiedenis vindt ze leuker.
‘Ik heb vanaf morgen vakantie. Heb je al tijd om wat af te spreken? We kunnen bij mij. Mijn ouders zijn allebei aan het werk’, zegt Nina.
‘Nee, balen. Ik heb morgen nog een toets. En daarna werk ik mee aan een project.’
‘O ja’, lacht Nina, ‘Is het weer zover? Heb je een extra vak gekozen?’
‘Nien, je weet toch hoe ik ben. Ik ben gestoord voor dingen met proefjes. We bouwen een watersysteem na. Het project gaat over een tekort en te veel aan water.’
Ze lacht.
`Zullen we dan zaterdag afspreken? Ik kan wel als ik mijn moeder heb geholpen met wat klusjes in huis’, zegt Maryam.
‘Oké, dan kom ik je rond elf uur ophalen. Dan krijg ik nog wat lekkers van je moeder’, zegt Nina.
Als ze bij Maryam aanbelt, doet één van haar broertjes meestal open. Die brengt haar naar de keuken waar de moeder van Maryam haar snel wat zoets toestopt. Meestal overheerlijke zelfgebakken amandel of kokoskoekjes.

Op vrijdagochtend staat Finn in de tuin. De hond rent kwispelend naar hem toe.
‘He Nien!’, roept hij luidt.
Nina rent naar hem toe en geeft hem een grote knuffel.
Finn lijkt nog groter en gespierder dan hij in de zomervakantie was.
‘Ben je weer gegroeid Finn?’, vraagt Nina spottend.
‘Nee hoor’, grapt Finn, ‘Alleen wat spierballen erbij.’
Hij stroopt een mouw van zijn T-shirt op en vouwt zijn arm dubbel.
‘He Jack, ga af!’, roept Nina. De hond springt vrolijk heen en weer. Hij moet nog een beetje opgevoed worden. Hij is nu negen maanden.
‘Zullen we met Jack gaan wandelen?’, vraagt Nina.
‘Ja hoor’, zegt Finn, ‘Ik neem wel mijn skateboard mee.’
‘Tuurlijk Finn’, zegt ze, ‘Ik ga binnen even de riem van de hond pakken.’

In het park praten ze over school.
Finn zit sinds eind augustus op de technische vakschool in Gouda. Hij doet de opleiding houtbewerking. Hij wilde persé naar een school die daar een specialisatie in had. Zijn vader vond het eerst niet goed. Maar hij wist wat hij wilde. Niet alleen leren met zijn hoofd, maar veel werken met zijn handen. Hij wil meubelmaker worden. Volgens hem ‘een prachtvak’. Als hij dat zegt, dan heeft hij een twinkeling in zijn ogen.
En ze praten natuurlijk over hun avonturen met de hondenhandelaar en zijn louche zaakjes. Wat een zomervakantie hadden ze achter de rug. Nina, Maryam en Finn. Een echt team waren ze.
Als ze van tevoren hadden geweten waar ze hun neus in zouden steken! Het is maar goed dat ze het niet wisten. En hun ouders ook niet.
Na afloop hebben flink op hun kop gekregen. Vooral Maryam. Gelukkig hebben haar ouders niet het hele verhaal gehoord. En daar heeft de moeder van Nina bij geholpen. Met al die journalisten erbij was dat best nog een klusje.

Ze zijn bij het losloopveld voor honden. Finn zet zijn skateboard tegen een boom en pakt een tak. Hij gooit met de tak, maar Jack heeft het niet eens in de gaten. Hij staat te snuffelen bij een andere hond.
‘Jack! Jackie!!’, roept Nina.
Jack komt aanhollen.
‘Goed zo, brave hond. Kijk! Finn wil met een stok gooien.’
Finn is de tak zelf maar gaan ophalen. Hij zwaait ermee om de aandacht van de hond te trekken. Als Jack het ziet, rent hij keihard richting Finn. Hij blaft luid.
‘Gooien maar!’, roept Nina lachend naar Finn.
Finn smijt de stok over het veld. De hond rent er naartoe en begint dan als een dolle rondjes te rennen over het veld. Hij heeft de stok nog in steeds in zijn bek.
‘Lekker opgevoed!’, roept Finn richting Nina en hij steekt met een hopeloos gebaar zijn handen in de lucht.
‘Jack, kom hier!’, roept hij naar de hond. Als Jack is uitgeraasd, holt hij naar Finn en legt de stok voor zijn voeten neer.
‘Mooi zo! Ik ga nog een keer gooien!’, zegt Finn tegen Jack.

Hij strekt zijn arm naar achteren en smijt de tak met een enorme vaart weg. Die belandt aan de overkant van het grasveld in de struiken achter het hek. De hond rent er achteraan en kruipt onder het hek door. Hij blaft luid.
‘Ah nee’, roept Nina, ‘Wat doe je nou Finn? Die komt niet meer terug. We moeten er achteraan.’
Nina weet dat Jack geen bange hond is. Ook al is hij nog geen jaar oud. Ze holt in de richting van het hek en klautert er samen met Finn overheen.
De hond is spoorloos verdwenen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s