Dit konijn gaat ook verantwoordelijkheid nemen

‘Zo’, zegt mijn collega. ‘Jij dacht de beuk erin.’
Ik kijk even glazig naar mijn scherm. We wachten tot alle collega’s aanwezig zijn bij een digitaal overleg.
‘Je tekst is nogal recht voor zijn raap.’
‘Nou’, zeg ik quasi luchtig, ‘Ik wacht nog op een moment dat ik word ontslagen om iets wat ik schrijf. Of, nou ja, op het matje geroepen dan. Maar dat is nog niet gebeurd.’
Hij lacht.

Het is waar. Vaak denk ik: ‘Kan ik dit wel schrijven? Welk beeld geef ik weg?’ Over mezelf. Over de organisatie.
Ik had met mijn baas – zo noem ik mijn afdelingshoofd bij de kinderen – afgesproken dat ik een tekst zou schrijven over gedrag en cultuur bij de IOD. De tekst moest een waarheid weergeven. Mijn waarheid. Vanuit mijn perspectief. Het werd gemopper. Ik werd er zelf chagrijnig van.
Geschreven en gepubliceerd. Eerlijk is eerlijk. Zelfcensuur is taboe.
Vreemd dat er geen reacties komen op de tekst. Meestal reageren collega’s op Intranet. En vaak krijg ik persoonlijke reacties.
Bij deze tekst. Nul.
Opvallend. Ging ik te ver? Sloeg ik de plank mis? Of was het zo herkenbaar of moeilijk dat niemand durfde?

Ik vertelde mijn baas dat ik een tweede deel zou schrijven. De optimistische kant van het verhaal.
Dat we in gesprek zijn. Dat ik geloof in een nieuwe visie en mee ga doen.
Het managementteam heeft een paar goede sessies gehad. Ik ben een ochtend aanwezig. Als proefkonijn ook, blijkt.
Als konijn voel ik het verhaal van de verschillende MT-leden. De urgentie van de vraag waarom zij hun werk doen. Wat zij voelen dat hun bijdrage en verantwoordelijkheid is. Waar ze voelen dat het schuurt. Of ze tekortschieten.
‘Daar worden ze voor betaald! Problemen moeten zij oplossen’, hoor ik dan weerklinken. ’Dat gaat mij niet aan.’
Dat is zo. Én, ik zie en voel dat het hen raakt als er een bepaald beeld over ze is als persoon of over hun werk. ‘Alles wat ik doe, is voor de IOD. En voor de mensen die er werken’, zegt één van hen.
Dit konijn gaat ook verantwoordelijkheid nemen. Ik wil zorgen dat ook anderen nog meer gaan doen. Niks gemopper. Elke collega heeft een bijdrage en verantwoordelijkheid.

De kinderen roepen vaak dat ze verantwoordelijkheid willen. Ik kende dat woord niet toen ik met twee staartjes in naar de basisschool ging.
Een ervaren vader, nu al opa én weer vader van twee jonge kinderen, zei in de zomer tegen man en mij: ‘Je kunt er gelijk mee ophouden. Opvoeden heeft helemaal geen zin. Loslaten is het beste. Verantwoordelijkheid krijgen ze vanzelf. Maar ze moeten van mij wel op pianoles’. We grijnsden.
Man en ik geven ze af en toe een duwtje in de oceaan der verantwoordelijkheid.
‘Ik heb geen boek meer om te lezen’, jammert zoon. ‘Deel twee is ook al uit.’
‘Dan ga je naar de bieb.’
‘Nee, dat kan niet! Want ik kom eerst van school en om vijf uur moet ik bij Python-cursus zijn.’
Tweeëneenhalf uur daartussen. Hij ligt op de bank, kijkt tv en speelt tegelijkertijd een spelletje op de laptop.
Hij komt terug van cursus.
‘Mijn band is lek!’ Meer gejammer. ‘Hè, wat vervelend. Je moest een stuk lopen.’
‘Nee hoor. De juf heeft mijn fiets in haar auto gegooid.’ Het is niet waar, denk ik.
‘En hoe zorg je er nu voor dat je weer kunt fietsen?’, vraag ik.
‘Geen idee. Maar ik heb mijn fiets vrijdag wel nodig voor gym’, hoor ik terug. Hij ploft op de bank.
‘Nou, dan heb je een klusje te doen. Vraag maar aan je vader als het niet lukt.’
Ik heb ook een hekel aan banden plakken. De fiets staat twee dagen later nog onaangeroerd op de oprit.

Maandag is het weer grijs. In mijn hoofd is het ook grijs.
Man en ik laten tussen de middag hond uit. Het miezert. Hond heeft een slechte dag en is niet vooruit te branden. Ik kom nog grijzer terug.
De MT-dag over visie en strategie van de IOD is afgeblazen. Nieuwe Corona-maatregelen.
Het gesprek over de ambitie naar een cultuur waarin verbinding en innovatie centraal staan, wordt uitgesteld.
Mijn teamuitje gaat niet door. Nieuwe Corona-maatregelen.

Een paar dagen later heeft man een grijze bui. Hij is net jarig geweest.
Urenlang zit hij achter zijn computerscherm. Ik hoor hem zelfs met de deuren dicht een verdieping hoger geërgerd tegen zijn collega’s praten.
‘Kom, we gaan naar buiten’, zeg ik.
Tegen hond: ‘Opstaan van het kleed. Je moet ons uitlaten.’
Zonnestralen schijnen door een oranje bladerdek. In het meertje en op onze capuchons plenst een korte regenbui.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s